1 2 3 4 5, vingers aan mijn lijf
1 2 3 4 5, vingers aan mijn lijf (vingers laten zien)
Aaien, aaien (aai over iemands hoofd)
Zwaaien, zwaaien (zwaai met beide handen)
Lange neus (twee handen op je neus en wiebel er mee)
Maar niet heus, ik heb er lekker tien (alle vingers laten zien)
Laat mij je voeten (of ander lichaamsdeel) eens zien

