J
Jaap de groenteman (+M)
Jakkibah (+M)
Jan de timmerman
Jan die sloeg Lijsje
Jan Huygen in de ton (+M)
Jan Kiekel en Jan Kakel
Jan mijne man wou ruiter worden
Jan Pierewiet
Jan zonder vrees
Janneman
Jantje en Keesje gingen naar de bakker
Jantje heeft een nieuwe bal
Jantje zag eens pruimen hangen
Jarig (+M)
Jarig Jetje
Jarige Job (+M)
Jasjes blauw, mutsjes rood (+M)
Je bent goed zoals je bent
Je bent Sinterklaas of je bent het niet
Je doet maar wat
Je hebt een vriend (+F)
Je kan zeggen wat je wilt
Je neus je neus
Jeroen
Jiepie ja hee
Jij bent van mij
Jij praat teveel (+F)
Jimmy de Cowboy (+F)
Jingle bells (+M)
Joebadoebadoe
Joepie joepie is gekomen
Joepiejee
Johnny, mijn pony
Jokkebrokje
Jonas in de walvis
Jong (+F)
Jong
Jongen op ballet
Jongens en meisjes
Jongens heb je het al vernomen (+M)
Jongens zijn gek
Joris en Jan
Joy to the world (+M)
Juf van Fysica
Juffrouw Katrijntje
Juffrouw wilt u mijn marmotje zien
Juiste merk
Juju paardje
Jumpen voor de Sint (+F)

