Kinderen vinden het heerlijk te zingen en naar muziek te luisteren

klas

De erosie van het muziekonderwijs in Nederland niet te stuiten. Hier en daar zijn er gelukkig basisscholen die zingen in de klas nog hoog in het vaandel hebben staan. ‘Zingen doet wat met de kinderen.’
In Den Bosch staat basisschool Het Bossche Broek, die zich profileert als Zingenderwijs-school. Muziekdocent Annemien van den Dool staat er drie ochtenden in de week voor de klas; alle kinderen vanaf groep 3 krijgen les van haar volgens de methode Stepping Tones (zie kader). ‘Helaas zijn wij als school hierin uniek’, vertelt ze. ‘Mijn lessen zijn gebaseerd op de gedachte dat alle kinderen kunnen zingen. Wel moet je zo vroeg mogelijk beginnen met het uitbouwen van hun innerlijke klankvoorstelling.’

Stepping Tones

De zangmethode Stepping Tones is ontwikkeld door Wilko Brouwers – een van de initiatiefnemers van Zingenderwijs – en bouwt voort op de ideeën van de Amerikaanse muziekpedagoge Justine Ward (1879-1975). Zij vond dat muziekonderwijs meer is dan leren zingen. Met deze methode leren kinderen ook luisteren naar muziek, noten lezen en een instrument bespelen. Zo ontwikkelen ze al doende hun muzikaliteit.

Ik teken een trapje

Wat Annemien daarmee bedoelt illustreert ze aan de hand van een eerste les aan groep 3. De leerlingen hebben de eerste twee jaar natuurlijk wel gezongen, maar nu – na het spelenderwijs inzingen – begint het echte werk. ‘Ik teken een trapje op het bord, met do-re. En ik vertaal dat meteen ook lichamelijk: bij do houd je je handen bij je navel, bij re houd je ze voor je borst. Luisteroefeningen maken een vast deel uit van de les; ook daarbij moeten kinderen met hun hand aangeven waar een noot ‘zit’. Dat moet er op den duur in slijten. Dat gaat beter wanneer je van bewegingselementen gebruik maakt. Elke les heeft dan ook een vaste opbouw, waarin alle onderdelen telkens aan bod komen.’ In de lessen van twintig minuten krijgen ook ritmes oefenen, improviseren en melodieën zingen een plaats. Dat is kort. ‘Die keuze hebben we gemaakt omdat de concentratieboog bij jonge kinderen nog niet groot is. Maar je kunt veel doen in die twintig minuten, onder andere door die vaste lesopbouw. De leerlingen weten precies waar ze aan toe zijn, en het gaat er vrij gedisciplineerd aan toe. Ook de hogere groepen blijven de zanglessen leuk vinden. Ze zijn er helemaal vertrouwd mee geraakt.’

Leerkrachten hebben het druk

De groepsleerkracht is in principe altijd aanwezig bij de lessen. Zo kan die zien hoe de kinderen zich ontwikkelen, en dat Pietje die niet zo best is in rekenen in de muzieklessen hoge ogen gooit. Idealiter borduren de groepsleerkrachten op de twee ochtenden dat Annemien van den Dool afwezig is ritmisch of melodisch voort op haar lessen, maar dit lijkt te hoog gegrepen. Annemien van den Dool: ‘Dat snap ik wel, want leerkrachten hebben het erg druk en niet iedere leerkracht heeft vanuit zichzelf iets met muziek. Ik vind dat jammer, ik probeer daar wel naartoe te werken.’ Het intensieve muziekonderwijs maakt Het Bossche Broek aantrekkelijk; vrij veel ouders blijken hun kind om die reden bij de school aan te melden. De effecten van het zangonderwijs zijn te zien op het vlak van sociale vaardigheden, aldus Annemien van den Dool. ‘Kinderen durven meer van zichzelf te laten horen en zien, ze staan soms in hun eentje voor de klas te zingen. Dan verbazen de ouders zich erover dat hun Maarten of Heleen zoiets durft.’

Structurele aanpak kost geld

Dat alleen rijke scholen een dergelijk intensief muziekprogramma kunnen opzetten is onjuist. Het is vooral een kwestie van prioriteit waaraan je als school geld wilt besteden. Veel scholen vinden het opzetten van structureel muziekonderwijs voor alle klassen in alle leerjaren te moeilijk, aldus Patricia Smulders, coördinator Zingenderwijs bij Kunstfactor. De stichting Zingenderwijs heeft tot doel een netwerk op te bouwen van basisscholen en kinderdagverblijven die zich willen profileren door speciale aandacht voor muziek. ‘Basisscholen krijgen voor cultuureducatie jaarlijks een bedrag van €10,90 per leerling, wat geoormerkt geld is binnen de zogeheten ‘lump-sum’ financiering. Vaak worden de activiteiten uitbesteed aan culturele instellingen, wat in de regel een eenmalige activiteit als een toneelvoorstelling of concert oplevert. Dat kost namelijk niet veel voorbereidingstijd. Pas wanneer dit bedrag wordt aangevuld met geld uit eigen middelen kun je als school ook kiezen voor een structurele aanpak zoals Zingenderwijs. De ervaringen op Het Bossche Broek leren ons dat je voor een structurele aanpak van muziekonderwijs actieve en bevlogen docenten nodig hebt, plus een schoolbestuur dat zo’n aanpak steunt.’ Een aantal scholen in Nederland zit op deze lijn. Zo is in Noord-Brabant vier jaar geleden een project gestart dat op dezelfde gedachten stoelt: methodisch gericht gestructureerd muziekonderwijs in de basisschool. Zeven scholen zijn nu hiermee succesvol bezig. Deze voorbeelden zijn niet uniek, maar staan helaas nog te veel op zichzelf.

Vrije School: elke dag zingen

Op de basisscholen in het Vrije-Schoolonderwijs zingen de kinderen elke dag, van de kleuterklas tot klas 6, die op de ‘gewone’ basisschool groep 8 heet. Deze gewoonte wordt voortgezet op de middelbare vrije school, waar de leerlingen naast de gewone muzieklessen wekelijks ‘koor’ hebben. Aan het eind van hun schooltijd zijn de leerlingen in staat om met elkaar muziek van een behoorlijk niveau uit te voeren, bijvoorbeeld het Requiem van Fauré of de Dreigroschenoper van Kurt Weill. Wilna Schippers is leerkracht op de Rudolf Steinerschool in De Bilt, een basisschool. ‘Zonder zingen een schooldag beginnen is voor mij een gemiste kans. Zingen doet wat met de kinderen. Als ze ‘s ochtends vanuit verschillende situaties de klas in komen zorgt het voor een gemeenschappelijk begin. Je doet even allemaal hetzelfde bij de start van een gezamenlijke leerdag.’ Wát de kinderen op de Vrije School zingen, hangt af van hun leeftijd en van het seizoen. De kleuters zingen werk-, speel- en herhalende liedjes. In de zomer gaan die over de boer die zaait, oogst en dorst. In het najaar bijvoorbeeld over de bakker die met het gemalen meel het brood bakt. Met steeds terugkomende bewegingen zijn deze liedjes een bron van plezier voor de kinderen.

Liedbundels Vrije School

De Gouden Poort bevat meer dan 170 liedjes voor peuters en kleuters in de pentatonische toonsoort voor alle gelegenheden waar met kleine kinderen gezongen wordt. [Ik ben een zeemanskind], is een bundel voor kinderen van zes tot negen jaar met ongeveer 120 nieuw gecomponeerde liedjes, volksliedjes, spelletjes en multiculturele liedjes, uit onder andere Turkije, Marokko en Suriname. Bij beide boeken hoort een dubbel-cd met gezongen versies van de liedjes, een praktisch hulpmiddel voor leerkrachten en ouders. Madeleine Ingen Housz verzamelde 172 meerstemmige liederen en canons voor kinderen van 9 tot 14 jaar in de bundel Over de Stroom met didactische aanwijzingen en accoordbegeleiding. Het boek is ook zeer geschikt voor volwassenenkoren en kan gebruikt worden bij allerlei zanggelegenheden, dankzij de drie- en vierstemmige niet al te moeilijke liedzettingen. Een set van drie cd’s met enthousiasmerende opnamen van de liederen is los verkrijgbaar.

Driestemmig zingen in klas 6

Leg je bijvoorbeeld in klas 3 van de Vrije School je oor te luisteren, dan hoor je volksliedjes uit diverse landen. De leerlingen van klas 4 – in de leeftijd van negen en tien jaar – willen op eigen benen staan en zichzelf tegenover het geheel positioneren: tijd voor de canon. Schippers: ‘Ik hoorde vanochtend de juf van klas 3 vertellen dat haar leerlingen om canons vragen. Dat past mooi, zo tegen het eind van de derde klas.’ In klas 5 worden de liedjes tweestemmig en in klas 6 driestemmig. Rond de verschillende jaarfeesten die op de Vrije Scholen gevierd worden, leren alle kinderen bijpassende liedjes. Over Sint Joris en de draak, of over het oplaaiende vuur van het zomerse Sint Jansfeest. Alle kinderen van klein naar groot zingen die uit volle borst mee. Ook de toonsoort waarin de kinderen zingen verandert. ‘Kleuters en klas 1 zingen in een pentatonische zetting (5 tonen). De melodie is ijl en blijft open. In groep 4 komt daar de grondtoon bij en vanaf groep 5 wordt de ‘gewone’ kerktoonsoort gebruikt, waarin je steeds op de grondtoon terugkomt. Stevig, zoals bij een kind van 9 jaar of ouder hoort.’

Maakt muziek slim?

Michel Hogenes wil de komende jaren in zijn promotieonderzoek haarfijn nagaan hoe muziekeducatie de ontwikkeling van kinderen beïnvloedt. Hogenes is bestuurslid van de Stichting Zingenderwijs, voorzitter van de Gehrels Vereniging (zie kader) en heeft jarenlange ervaring als muziekdocent in het basis- en voortgezet onderwijs. Momenteel is hij als muziekdocent en onderzoeker werkzaam aan de Pabo en het Kenniscentrum Jeugd en Opvoeding van de Haagse Hogeschool. Daarnaast is hij docent pedagogiek en psychologie aan het Rotterdams Conservatorium. ‘Ik ben ervan overtuigd dat muziek meer voor de ontwikkeling van kinderen kan betekenen dan alleen het leren van muzikale kennis en vaardigheden. De vraag is echter of muziek kinderen werkelijk slimmer maakt zoals de Duitse hoogleraar Bastian in zijn onderzoek [Musik(erziehung) und ihre Wirkung] beweert. Dit onderzoek is in Nederland bekend geworden onder de titel ‘Muziek maakt slim’. De wetenschappelijke evidentie voor deze stelling is heel mager. Ik wil daarover het naadje van de kous te weten komen.’

Gehrels Vereniging en tijdschrift de Pyramide

De Gehrels Vereniging is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij muziekonderwijs aan kinderen van 0-12 jaar. De vereniging organiseert studiedagen en congressen en geeft het muziekpedagogische tijdschrift De Pyramide uit. Het blad verschijnt vijf keer per jaar, inclusief twee cd’s, en bevat onder andere lesmateriaal, liedbijlage, recensies en achtergrondartikelen over onderwijsbeleid en muziekdidactiek. Abonneren kan via www.gehrelsmuziekeducatie.nl.

Nieuw: improviseren en componeren

In zijn onderzoek zal Hogenes een methode ontwikkelen om de muzikale ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen. Ook gaat hij twee vormen van muziekonderwijs met elkaar vergelijken. ‘Het traditionele concept van muziekonderwijs is vooral gericht op het reproduceren van wat anderen hebben geschreven. Maar er bestaat ook een meer ontwikkelingsgerichte benadering waarbij kinderen ook improviseren, componeren en reflecteren. De Guildhall School of Drama & Music in Londen heeft een interessante methodiek ontwikkeld die inmiddels ook zijn weg naar Nederland heeft gevonden. Componeren en improviseren voeren hierin de boventoon. We zullen zeker gebruik maken van de in Engeland opgedane ervaring.’ Hogenes zal vervolgens de effecten van beide methodes meten. ‘Ik hoop daarmee de kennis over dit onderwerp een stapje verder te brengen, want de bestaande kennis is te beperkt en eenzijdig. Het blijft overigens wel de vraag of we het vak muziek moeten legitimeren met buitenmuzikale effecten. Zouden we niet moeten kunnen volstaan met de intrinsieke waarde die muziek heeft?’

Studiedag Toekomstmuziek

Op 1 november 2008 vindt in het ArtEZ Conservatorium te Enschede een studiedag plaats voor muziekdocenten en vakleerkrachten muziek rond het thema Werken met ontwikkelingen, vernieuwingen en uitdagingen in de praktijk van het muziekonderwijs. Initiatiefnemers zijn de Vereniging voor Leraren Schoolmuziek (VLS), De Gehrels Vereniging en O2DM, het platform Overleg Opleidingen Docent Muziek. Ook de Vlaamse vereniging Muzes zal vertegenwoordigd zijn. Meer infomatie en opgave www.zingenderwijs.nl.

Buitenschoolse voorbeelden met invloed

Met het zangonderwijs op de Nederlandse basisscholen is het zijns inziens maar matig gesteld. ‘Vaak heerst er op scholen het idee: muziek moet leuk zijn en vanzelf gaan. Maar het is ook een kwestie van hard werken, er in investeren.’ Gelukkig kent hij ook diverse positieve voorbeelden, zoals de hierboven genoemde. Zingenderwijs-school Bosschebroek en het zangonderwijs op veel Vrije Scholen. Ook op buitenschools gebied zijn er veel goede voorbeelden die invloed hebben op de situatie binnen de scholen. Denk maar aan de Limburgse Koorschool Cantarella die onlangs in de prijzen viel tijdens het Europese Muziekfestival in het Belgische Neerpelt. En natuurlijk is er de Kinderkoor Academie Nederland dat onder meer een prachtig Koninginnedagconcert verzorgde. ‘Ik had het voorrecht om het concert in het werkpaleis van de Koningin bij te wonen. Inmiddels heb ik heel wat mensen gesproken die de uitzending op de televisie hebben gezien en onder de indruk waren van de mogelijkheden die de kinderstem biedt.’

Klagen heeft geen zin

Dat Stichting Kinderopvang Nederland (SKON) peuterspeelzaalleidsters laat bijscholen om met de kinderen muziek te kunnen maken en zingen vindt Michel Hogenes een prima initiatief. ‘Hieraan kun je merken dat steeds meer mensen het belang van goed muziekonderwijs inzien.’ De Gehrels Vereniging probeert samen met de Stichting Zingenderwijs een vuist te maken voor beter muziekonderwijs aan kinderen in de leeftijd 0 tot en met 12 jaar. Het heeft volgens Hogenes echter geen zin om te klagen over de huidige situatie. Het is veel belangrijker te zoeken naar nieuwe kansen en mogelijkheden. ‘Muziek is een fantastisch vak; kinderen vinden het heerlijk om te zingen, te spelen op instrumenten en naar muziek te luisteren. Het is onze taak leerkrachten, schoolleiders, maar ook de onderwijsinspectie en de overheid van het belang van goed muziekonderwijs te overtuigen. ‘

Bronvermelding

Tekst: Diet Scholten (Zing magazine 22)
Foto: 123rf.com

Related Post

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *