Een aapje liep door het bos

Er liep een aap door bos en velden (2x) Toen liep dat a-a-aapje in een strik (2x) Er liep een boer door bos en velden (2x) Die nam dat a-a-aapje mee naar huis (2x) Het aapje mocht met de kind’ren spelen (2x) Die dachten da-da-dat het een broertje was (2x)

Lees meer

A is een aapje

A is een aapje, dat eet uit zijn poot B is de bakker, die bakt voor ons brood C is Charlotte, die drinkt chocola D is een dame, die drentelt op straat E is een ezel, die gaat naar het land F is een fruitvrouw, met fruit in haar mand

Lees meer

Aapje wou eens lollig zijn

Een aapje wou eens lollig zijn Hij beet in de neus (billen) van de kapitein De kapitein werd vreselijk boos En stopte de aap in de poederdoos De poederdoos was veel te wit Hij stopte de aap in de kolenkit De kolenkit was veel te vies Hij stopte de aap

Lees meer