Naar de WC

Oooh, ik moet zo nodig. Ik zoek een wc. O, daar is er een. O ja, een wc. Poppelepopen, deurtje open. Poppelepaan, lampje aan. Poppelepicht, deurtje dicht. Poppelepuit, broekje uit. Poppelepaan, zitten gaan. Poppelepoen, plasje doen. Poppelepegen, billen vegen. Poppelepaan, opstaan. Poppelepaan, broek weer aan. Poppelepekken, doortrekken. Poppelepassen, handjes wassen.

Meer lezen